Noor is jonge mantelzorger:
“Mijn moeder en ik zijn hier samen, dus we doen het samen”
Noor (25) is net afgestudeerd en verlangt nu vooral naar rust. Na ruim 7 jaar studeren wil ze eerst even werken, geld verdienen en op adem komen. Want naast haar opleiding zorgde ze al die jaren voor haar moeder. “Ik wist lang niet eens dat dat mantelzorg was.”
“Mijn moeder en ik zijn hier samen, dus we doen het ook sámen”, vertelt Noor. Haar moeder kwam in 2003 vanuit Marokko naar Nederland, samen met Noors Nederlandse vader, die daar toen woonde. Noor was nog een baby. Toen haar vader het gezin al vroeg verliet, begonnen de problemen: schulden, deurwaarders, bijstand en vooral veel stress. “Van het een kwam het ander. Een beetje zoals je dat zag bij de toeslagenaffaire.”
Voor Noors moeder bleven de Nederlandse taal, regels en instanties ingewikkeld. Daardoor werd Noor al jong haar steun en toeverlaat. “Eerst hielp ik met bellen naar de huisarts, later ook met administratie, gemeente, schuldsanering. Het voelde gewoon logisch. Mijn moeder is nooit echt ‘geworteld’ in Nederland. In Marokko had ze familie en mensen om zich heen, hier moest ze alles alleen uitzoeken. Ik sprak de taal, wist de weg en begreep haar. Zij kon er ook niets aan doen. Ze kreeg al paniek van de brievenbus legen.”
Tandje bij
Naast de zorg voor haar moeder volgde Noor eerst een mbo-opleiding en daarna hbo Sociaal-Juridische Dienstverlening aan de Hogeschool van Amsterdam, waar ze uiteindelijk geen 4 maar 7 jaar over deed. Tijdens haar stage liep ze vast. Burn-out. “Ik was moe. Zó moe. Terwijl ik normaal overal regenbogen zie, werd ineens alles grijs. Ik dacht steeds: kom op, zet een tandje bij. Dat het misschien gewoon te veel was, kwam niet eens bij me op.”
Tijdens gesprekken met een psycholoog, maar ook bij de WMO-gesprekken over haar moeder werd ineens ook aan háár gevraagd hoe het ging. “Ze vroegen: red jij dit wel? Heb jij steun nodig? Dat vond ik eerst heel gek. Alsof mijn moeder te veel voor me zou zijn.” Pas toen begon het besef door te dringen hoeveel verantwoordelijkheid ze al die jaren had gedragen. “De psycholoog hielp me milder naar mezelf te kijken. Gek eigenlijk dat je op school wel alles leert voor het economische systeem, maar bijna niets voor je eigen systeem.”
Belangrijke ankers
Noor zelf omschrijft de situatie van haar moeder als het gevolg van een leven lang stress, eenzaamheid en een gebrek aan netwerk en vangnet. “De stress is zich langzaam in haar lichaam gaan vastzetten.” Juist daarom vond ze het lang moeilijk om zichzelf als mantelzorger te zien. “Als kind beweeg je gewoon mee met de golven die er zijn.”
Haar geloof helpt haar om niet in boosheid of verwijt te blijven hangen. “Ik kan wel denken: als iemand dit anders had gedaan, dan… Maar daar heb je niks aan. Ik kijk liever vooruit en probeer ervan te leren. Want je krijgt niets op je bord dat je niet aankunt.”
En als ze zelf even dreigt om te vallen? Dan blijken vriendinnen en zussen een tweede anker. “Zij zijn alles voor mij. Bij hen mag ik huilen zonder meteen oplossingen te hoeven bedenken.” Vooral het contact met haar zussen in Marokko is belangrijk. “Daardoor begrijp ik steeds beter wat mijn moeder hier al die jaren heeft gemist. Daar leef je veel meer mét elkaar, in plaats van langs elkaar heen.”
Subtiele erkenning
Tandem kwam pas later in Noors leven, via een waardebon voor mantelzorgers. “Een klein gebaar, maar het betekende zo veel. Ik voelde me gezien. Een prachtige subtiele erkenning.” Later ging ze ook naar activiteiten voor jonge mantelzorgers. Pizza eten, verhalen delen. “Dat er een keer iets vóór jou wordt geregeld, wat is dat ongelooflijk fijn.”
Nu haar studie klaar is, werkt ze voorlopig fulltime bij haar bijbaan bij een technisch installatiebedrijf. Even geen opleiding of ingewikkelde toekomstplannen, maar gewoon fijne collega’s, salaris en tijd voor een reis. “Zorgen voor is een motor die constant draait”, zegt ze. “Heerlijk om dan even bij te kunnen komen.”
Ooit hoopt ze dat haar moeder weer meer in Marokko kan zijn. Daar kent ze de taal, de mensen, het leven. Maar voorlopig houdt Noor haar nog graag dichtbij. “Zolang ik nog van haar kan genieten, wil ik dat doen.”
